Wat kan wél in de les?
Wij hebben zorgen over de manier waarop Paarse Vrijdag in het basisonderwijs wordt ingevuld. Tegelijk vinden wij relationele en seksuele vorming belangrijk. De vraag is niet óf de school hier aandacht aan besteedt, maar wat kinderen leren, op welke leeftijd en vanuit welke uitgangspunten.
Wat kinderen nodig hebben
In lessen over relaties, het lichaam en seksualiteit kunnen kinderen leren om:
- hun lichaam en de ontwikkeling daarvan te begrijpen;
- grenzen aan te geven en hulp te vragen;
- zorgvuldig om te gaan met lichamelijke privacy;
- veilige en respectvolle relaties op te bouwen;
- respectvol om te gaan met verschillen.
Kinderen moeten ook de ruimte krijgen om zichzelf te ontwikkelen zonder vastomlijnde ideeën over hoe jongens en meisjes zich horen te voelen of gedragen. Kleding, speelgoed, karakter en interesses bepalen niet of iemand een jongen of een meisje is.
Deze onderwerpen kunnen op een leeftijdsgerichte manier worden behandeld. Daarvoor hoeven kinderen niet te worden gevraagd zichzelf vanuit een genderidentiteit te beschrijven.
Feiten, gevoelens en opvattingen uit elkaar houden
Goede relationele en seksuele vorming maakt duidelijk onderscheid tussen feiten, persoonlijke gevoelens en maatschappelijke opvattingen.
Kinderen mogen leren dat mensen verschillend denken over geslacht en identiteit. Maar een bepaalde opvatting daarover mag niet als onbetwist feit worden aangeboden. Ook vinden wij het niet passend wanneer basisschoolkinderen worden aangemoedigd zichzelf vanuit een seksuele of genderidentiteit te definiëren.
Als een school een bepaald denkkader over geslacht en identiteit gebruikt, moet zij kunnen uitleggen:
- wat kinderen precies leren;
- waarop dit is gebaseerd;
- waarom dit past bij hun leeftijd;
- hoe andere opvattingen aan bod komen.
Ieder kind in de klas moet veilig zijn. De meeste scholen zetten zich daar iedere dag voor in. Die veiligheid staat of valt niet met deelname aan Paarse Vrijdag of met het introduceren van het begrip 'genderidentiteit'. Respect, bescherming tegen pesten en ruimte voor verschillen kunnen ook zonder zo'n campagne centraal staan.
Lees waarom geslacht ertoe doet →Ouders horen vooraf te weten wat er wordt geleerd
Ouders zijn de eerste opvoeders van hun kind. Daarom hoort de school vooraf duidelijk te maken:
- welke onderwerpen en materialen per groep worden gebruikt;
- wat het doel van de lessen is;
- hoe de lessen aansluiten bij de leeftijd van de kinderen;
- hoe feiten en opvattingen van elkaar worden onderscheiden;
- hoe ouders bij de gekozen aanpak worden betrokken.
Scholen mogen een methode kiezen die past bij hun identiteit of zelf lessen ontwikkelen. In alle gevallen moeten ouders kunnen zien en begrijpen wat hun kind leert.
Een mogelijk alternatief: Veiligwijs
Een methode die scholen kunnen onderzoeken is Veiligwijs, ontwikkeld door stichting Zorg voor Seksualiteit. Veiligwijs biedt een doorlopende leerlijn voor relationele en seksuele vorming in groep 1 tot en met 8.
Bekijk de introductie van Veiligwijs
De lessen gaan onder meer over het lichaam en de ontwikkeling daarvan, relaties, grenzen, weerbaarheid, hulp vragen en online veiligheid. Daarbij staan de waarden respect, liefde, zorg en veiligheid centraal.
De methode houdt rekening met verschillen in achtergrond, cultuur en levensovertuiging. Ook zijn er materialen en opdrachten voor ouders, een ouderavond en ondersteuning voor leerkrachten.
Drie vragen voor de school
Wilt u met de school spreken over een andere invulling? Begin dan met deze drie vragen:
- Wat moeten de kinderen na deze lessen weten of kunnen?
- Hoe maakt de les onderscheid tussen lichamelijke feiten, persoonlijke gevoelens en maatschappelijke opvattingen?
- Kunnen ouders het materiaal vooraf bekijken en meepraten over de gekozen aanpak?
Zo gaat het gesprek niet alleen over waar ouders bezwaar tegen hebben, maar ook over wat kinderen wél nodig hebben: betrouwbare informatie, veiligheid en respect.
Bespreek dit met uw school
Gebruik onze voorbeeldbrief om te vragen welke lessen en materialen de school kiest, wat kinderen daarvan moeten leren en waarom de school voor deze aanpak heeft gekozen.
Gebruik de voorbeeldbrief