ANALYSE · KENNISBIEB COC NEDERLAND
Wat staat er concreet in de Kennisbieb van COC Nederland?
De Kennisbieb van COC Nederland bevat lesmateriaal en achtergrondinformatie voor basisscholen. Daarin blijkt een lam volgens de dierenarts nooit een lam te zijn geweest, wordt een deel van de klas zonder waarschuwing achtergesteld en worden mensen omschreven als een ‘mix van man en vrouw’. Dat klinkt bijna absurd, maar het staat echt in het materiaal.
Op deze pagina bekijken we zeven concrete voorbeelden. Wat leren kinderen en leerkrachten hier precies – en waarom vinden wij dat problematisch?
Een namenles vraagt kinderen zichzelf buiten jongen of meisje zijn voor te stellen
Een les over namen krijgt in groep 3–5 een persoonlijke wending: ‘Weet jij misschien ook hoe je zou heten als je geen meisje of jongen was?’ De leerkracht legt daarmee de vraag om zichzelf buiten jongen of meisje zijn voor te stellen aan de hele groep voor.
In groep 6–8 staat transitie van een jongen naar een meisje tussen naamsveranderingen bij adoptie, trouwen en scheiden. Daarna moeten kinderen elkaar vragen of zij zélf een andere naam zouden willen. Zo volgt op de uitleg over transitie een persoonlijke vraag aan ieder kind.
Bewijs · Handleiding 2025
Uitsnede uit de handleiding met de kringgesprek-opdracht over namen, inclusief het voorbeeld van een jongen die in transitie gaat naar een meisje en daardoor een nieuwe naam wil
De handleiding laat de leerkracht in een kringgesprek uitleggen: ‘Of wanneer een jongen in transitie gaat naar een meisje en daardoor een nieuwe naam wil die bij haar past.’ Hardop, in de kring. Vervolgens moeten de kinderen elkaar interviewen: ‘Zou je ooit een andere naam willen? Waarom wel of niet?’
De boodschap die een kind van tien hieruit kan halen: misschien ben je eigenlijk geen jongen. Misschien past een meisjesnaam beter bij jou. Denk daar maar eens over na.
Het COC heeft zich jarenlang ingezet voor de acceptatie van homoseksualiteit. Juist daarom wringt deze les. Een vrouwelijke jongen mag een vrouwelijke jongen zijn, die later misschien homoseksueel blijkt. Waarom wordt in een namenles de mogelijkheid aangereikt dat een jongen eigenlijk een meisje is?
Dezelfde handleiding bespreekt geslacht aan de hand van verschillende lichamelijke kenmerken, laat kinderen kennismaken met de categorieën man, vrouw en non-binair en behandelt schaamte over een lichaam dat niet bij iemands identiteit zou passen. De namenles staat dus niet op zichzelf.
De acceptatie van variatie binnen het eigen geslacht maakt plaats voor de suggestie dat variatie op een verkeerd geslacht kan wijzen. Van ‘je bent oké zoals je bent’ naar ‘misschien ben je eigenlijk een fabrieksfout’. Een geïnduceerde identiteitscrisis.
En die boodschap wordt met publiek gefinancierd lesmateriaal de klas binnengebracht, door een leerkracht die mogelijk denkt vooral een les over respect en inclusie te geven.
Oorspronkelijke bron: COC-handleiding primair onderwijs 2025, p. 27–29, 53–54, 58 en 66–69
De leerkracht sluit kinderen buiten om hen te leren dat uitsluiting verkeerd is
In de lesbrief Samen in de samenleving krijgt de leerkracht de opdracht de klas willekeurig in twee groepen te verdelen. Vervolgens wordt de ene groep voorgetrokken en de andere achtergesteld. Kinderen worden overgeslagen of moeten blijven staan. Voor hen lijkt het een gewone les. Pas na ongeveer tien minuten onthult de leerkracht dat de ongelijke behandeling was opgezet.
Bewijs · Lesbrief 2025
Uitsnede uit de lesbrief waarin de leerkracht twee groepen leerlingen bewust ongelijk behandelt.
De volwassene bij wie een kind terecht moet kunnen als het wordt buitengesloten, organiseert hier zelf de uitsluiting. Kinderen weten niet dat het gespeeld is. Zij ervaren dat hun eigen leerkracht hen oneerlijk behandelt, terwijl klasgenoten worden voorgetrokken.
Die misleiding is onderdeel van de opdracht. De les gebruikt de afhankelijkheid van kinderen en het gezag van de leerkracht om hen onrecht te laten voelen. Zij kunnen vooraf niet besluiten of zij aan zo’n oefening willen deelnemen: hun wordt niet verteld wat er gaat gebeuren.
Wat betekent dit voor een kind dat al wordt gepest, buitengesloten of thuis onveilig is? Dezelfde behandeling kan voor het ene kind een vervelende oefening zijn en voor het andere een pijnlijke herhaling van wat het al kent. Een willekeurige groepsindeling houdt daar geen rekening mee.
Na tien minuten volgt de uitleg. Maar ‘het was een oefening’ maakt de ervaring niet ongedaan. Waarom zou een school het vertrouwen van kinderen op het spel zetten om hun te leren dat je anderen eerlijk moet behandelen?
Oorspronkelijke bron: Samen in de samenleving, p. 61–62
Een transgenderprentenboek voor kleuters: de dierenarts verklaart het lam tot varken
De boekenlijst van COC beveelt Het lammetje dat een varken is aan voor kinderen vanaf vier jaar en omschrijft het als een transgenderprentenboek. In het verhaal zegt een lammetje dat het een varken is. Een dierenarts concludeert vervolgens dat het dier eigenlijk nooit een lam is geweest. Daarna wordt de vacht afgeschoren en de staart gekruld.
Bewijs · Boekenlijst
Boekomslag van 'Het lammetje dat een varken is' door Pim Lammers en Milja Praagman
Een lam en een varken behoren tot verschillende diersoorten. Dat maakt het verhaal geen bruikbare uitleg van het verschil tussen lichamelijk geslacht en genderidentiteit bij mensen. Toch wordt juist deze vergelijking door COC als transgenderverhaal voor jonge kinderen aanbevolen.
De dierenarts krijgt in het verhaal het gezag om vast te stellen wat het dier ‘werkelijk’ is. De innerlijke overtuiging van het dier wordt daarmee voorgesteld als een objectief feit dat door een deskundige kan worden bevestigd. Vervolgens wordt ook het lichaam aangepast aan die vaststelling. Zo worden identiteit, deskundig gezag en uiterlijke verandering rechtstreeks aan elkaar gekoppeld.
Voor kinderen vanaf vier jaar is dat een stellig en verwarrend verklaringsmodel. Op een leeftijd waarop fantasie en werkelijkheid nog niet altijd scherp worden onderscheiden, krijgen zij een verhaal waarin een deskundige bepaalt dat een dier nooit is geweest wat zijn lichaam zichtbaar liet zien.
Oorspronkelijke bron: Paarse Vrijdag-boekenlijst 2020
Kleuters moeten aangeven of ze zich élke dag jongen of meisje voelen
In de les bij het prentenboek Een zee van liefde bewegen kleuters door het lokaal aan de hand van kenmerken van hun gezin. Tussen opdrachten over broers en zussen, gescheiden ouders, twee moeders of vaders en een huisgenoot met een lichamelijke beperking staat ook deze opdracht:
‘Iedereen die iemand in het gezin heeft die zich de ene dag een meisje voelt en de andere dag een jongen […] draait een rondje.’
Daarna moeten kinderen die zich ‘alle dagen een jongen’ of ‘alle dagen een meisje’ voelen hun neus naar het raam draaien.
Bewijs · Bewegingsopdracht
Uitsnede uit de lesbrief 'Een zee van liefde' met de bewegingsopdracht over verschillende gezinssituaties
Een jongen wordt geen meisje doordat hij zich anders voelt. Een meisje wordt geen jongen doordat haar voorkeuren veranderen. Toch presenteert deze kleuterles jongen of meisje zijn als een gevoel dat je iedere dag opnieuw kunt hebben, of niet. Daarmee wordt lichamelijk geslacht vervangen door een ongedefinieerd innerlijk gevoel.
Wat moet een kleuter verstaan onder ‘je een meisje voelen’? Van jurken houden? Lief zijn? Met poppen spelen? En wat is dan ‘je een jongen voelen’? Zonder heldere uitleg blijven juist de bekende stereotypen beschikbaar om die vraag te beantwoorden. Terwijl een meisje dat zich niet herkent in meisjesstereotypen gewoon een meisje is. Haar lichaam zou niet ter discussie moeten staan.
De opdracht richt zich bovendien op de kinderen zelf: wie voelt zich álle dagen een jongen of meisje? Daarmee wordt een voortdurende innerlijke bevestiging gevraagd voor iets wat niet van zo’n gevoel afhangt. Een kind hoeft geen speciaal jongens- of meisjesgevoel te herkennen om te weten welk lichaam het heeft.
Op deze manier reikt een school kleuters een verwarrend verklaringsmodel aan waarin gevoelens bepalen of iemand een jongen of meisje is. Dat model wordt zonder uitleg of onderbouwing verwerkt in een spel. Zo krijgt een omstreden opvatting het gezag van een gewone les, juist bij kinderen die nog moeten leren onderscheid te maken tussen hun lichaam, hun gevoelens en hun fantasie.
Oorspronkelijke bron: lesbrief bij het prentenboek Een zee van liefde
Lichamelijke verschillen worden uitgelegd als ‘een mix van man en vrouw’
In een les rond Ranger Ravi staat dat sommige dieren een mix zijn van man en vrouw en dat dit ook bij mensen zo is. Daarna volgt uitleg over lichamelijke kenmerken, waaronder chromosomen en hormonen.
In de achtergrondinformatie voor leerkrachten wordt sekse voorgesteld als een spectrum waarop ieder mens een plaats heeft. Zo krijgen leerkrachten het verklaringsmodel aangereikt en kinderen de eenvoudige boodschap: mensen kunnen een mix van man en vrouw zijn.
Bewijs · Lesmateriaal voor kinderen
Uitsnede uit de handleiding bij Ranger Ravi over mensen als een 'mix van man en vrouw'.
Bewijs · Achtergrondinformatie voor leerkrachten
Het diagram 'Genderkoek' en de uitleg over sekse als spectrum.
Variatie in lichamelijke geslachtskenmerken betekent niet vanzelf dat mensen een mengsel van man en vrouw zijn. Toch is dat de stap die het materiaal zet: van verschillen in chromosomen, hormonen en anatomie naar een uitspraak over wat iemand ís.
Die kenmerken vormen bovendien niet samen één schaal van mannelijk naar vrouwelijk. Een man met minder testosteron is niet daardoor een beetje vrouw. Een vrouw met meer testosteron is niet daardoor een beetje man. Ook bij aangeboren variaties in de geslachtsontwikkeling is ‘een mix’ geen zorgvuldige uitleg van iemands lichaam.
Voorbeelden uit het dierenrijk lossen dat probleem niet op. Sommige diersoorten hebben andere voortplantingssystemen. Die kun je niet zonder meer gebruiken om kinderen uit te leggen hoe het menselijk geslacht werkt.
De menselijke voortplanting is georganiseerd rond twee typen voortplantingscellen en de daarmee samenhangende mannelijke en vrouwelijke ontwikkeling. Variaties in die ontwikkeling verdienen nauwkeurige uitleg. Ze rechtvaardigen niet vanzelf de voorstelling dat ieder mens ergens tussen man en vrouw in staat.
Juist daarom doet de formulering ertoe. Kinderen krijgen de stellige boodschap dat mensen een ‘mix’ kunnen zijn, terwijl leerkrachten het spectrum als biologisch uitgangspunt meekrijgen. Een interpretatie wordt zo op beide niveaus als feit aangeboden. Een school hoort kinderen betrouwbare lichaamskennis te geven en duidelijk te onderscheiden wat een lichamelijk kenmerk is, wat geslacht is en wat een gekozen verklaringsmodel is.
Oorspronkelijke bronnen: Handleiding primair onderwijs 2025, p. 52–53 en Handleiding primair onderwijs 2023, p. 51 en begrippenlijst van de COC-Kennisbieb
Een jongen speelt met barbies: waarom krijgt hij de vraag of hij een meisje wil zijn?
Deze kaartjes bespreken het verschil tussen geslacht en gender, een transgender klasgenoot en een jongen die met barbies speelt. Volgens de lesbrief moeten kinderen daarbij nadenken over zichzelf, hun gender en opgelegde genderrollen.
Bewijs · Kletskaartje: geslacht en gender
Kletskaartje met de vraag: ‘Wat is het verschil tussen iemands geslacht en iemands gender?’
Bewijs · Kletskaartje: transgender klasgenoot
Kletskaartje met de vraag: ‘Stel: een klasgenoot is transgender. Hoe kun je op een respectvolle manier hierover vragen stellen?’
Bewijs · Kletskaartje: Bas en de barbies
Kletskaartje met de vraag: ‘Stel: Bas speelt met barbies. Bas is geboren als een jongen. Betekent dit dat Bas liever een meisje wil zijn?’
Bewijs · Kletskaartje: ‘hij’ of ‘zij’
Kletskaartje met de vraag: ‘Sommige kinderen voelen zich geen meisje, maar ook geen jongen. Je kunt dus geen ‘hij’ of ‘zij’ zeggen. Hoe zeg je het dan?’
Een jongen kan met barbies spelen zonder dat zijn jongen-zijn ter discussie hoeft te staan. Toch wordt zijn speelgoed hier aanleiding voor een vraag over meisje willen zijn. Die vraag kan met ‘nee’ worden beantwoord, maar brengt speelgoed en genderidentiteit wel samen in het gesprek.
Bij een ander kaartje ligt de conclusie al vast: sommige kinderen voelen zich geen jongen of meisje, ‘dus’ kun je geen ‘hij’ of ‘zij’ zeggen. Daarmee wordt een bepaalde opvatting over gevoelens en aanspreekwoorden als vanzelfsprekende regel aangeboden.
Zo gaat de les verder dan leren dat iedereen erbij hoort. Kinderen worden uitgenodigd zichzelf te onderzoeken vanuit een bepaald genderkader. Dat is een inhoudelijke onderwijskeuze die uitleg en kritische vragen verdient.
Oorspronkelijke bron: Lesbrief Kletskaartjes, p. 3 en 6. De kaartjes zijn volgens de lesbrief ontwikkeld door Stichting School & Veiligheid.
Van een hond met zes poten naar jezelf tekenen met vier armen
In de COC-les ‘Anders zijn is normaal’ lezen kinderen over een hond met zes poten. Andere dieren willen niet met hem spelen omdat hij steeds wint met rennen. De voorgeschreven slotboodschap: ‘Maar Aap weet wie hij is: een hond.’ Bij een optionele vervolgopdracht tekenen kinderen zichzelf met vier armen. Daarbij krijgen ze de vraag: ‘Wat zou jij doen als je er ineens heel anders uitzag dan gisteren?’
Bewijs · Strip
Strip uit de lesbrief: de andere dieren willen niet met Aap spelen omdat hij met zijn zes poten bij rennen altijd wint. De dieren noemen zijn snelheid als bezwaar.
Bewijs · Voorgeschreven slotboodschap
Lesonderdeel Evaluatie: sluit de les af met de boodschap dat Aap zich niet anders voelt, ook al heeft hij zes poten. ‘Maar Aap weet wie hij is: een hond.’ De afsluiting gaat over anders zijn, weten wie je bent en erbij horen.
Bewijs · Teken jezelf nét anders
Optioneel lesonderdeel ‘Teken jezelf nét anders’: jezelf tekenen met vier armen en bedenken wat je daarmee kunt doen, met de vraag ‘Wat zou jij doen als je er ineens heel anders uitzag dan gisteren?’
De moraal staat vast voordat het probleem is onderzocht.
De andere dieren zeggen niet dat Aap geen hond is of dat zes poten verboden zijn. Ze zeggen dat hij altijd wint. Dat maakt hun uitsluiting niet goed, maar hun bezwaar verdient wel aandacht. De les schrijft een afsluiting over acceptatie voor, zonder het concrete probleem van eerlijk samenspelen op te lossen. Zo vervangt een gewenste moraal het zorgvuldig onderzoeken van de situatie.
‘Normaal’ en ‘gelijkwaardig’ worden door elkaar gehaald.
Zes poten zijn voor een hond niet gebruikelijk. Dat maakt hem niet minder waard. De slogan ‘Anders zijn is normaal’ vertroebelt precies het onderscheid dat kinderen kunnen leren: iets mag ongebruikelijk zijn zonder dat je iemand daarom afwijst. Respect vraagt geen ontkenning van verschillen.
‘Aap weet wie hij is’ bewijst niets over zelfgekozen identiteit.
Aap is in het verhaal een hond met een afwijkend aantal poten. Hij is geen hond omdát hij dat voelt of zegt. Wie dit verhaal als opstap naar genderidentiteit gebruikt, moet die stap onderbouwen. Een lichamelijk verschil en een uitspraak over wie je bent, zijn niet hetzelfde.
Erbij horen wordt verbonden aan een fantasie over een ander lichaam.
De vervolgopdracht vraagt kinderen hun eigen lichaam met extra armen te tekenen en te bedenken wat ze daarmee kunnen. Daarmee verschuift de aandacht van omgaan met een ander naar fantaseren over een veranderd eigen lichaam. Voor de eenvoudige boodschap dat niemand vanwege zijn uiterlijk mag worden buitengesloten, is die stap helemaal niet nodig. Evenmin hoeft een lichamelijk verschil handig of bijzonder te zijn om respect te verdienen.
Een sympathieke boodschap maakt de redenering nog niet deugdelijk.
Niemand buitensluiten is een goed uitgangspunt. Het is geen vrijbrief om lichamelijke verschillen, zelfkennis en fantasieën over een ander lichaam zonder helder onderscheid onder één slogan te schuiven.
Oorspronkelijke bron: COC Kennisbieb, lesbrief ‘Anders zijn is normaal’, p. 1–3
Vraag het aan de school
Herkent u een van deze voorbeelden? Vraag dan welke lessen en materialen de school gebruikt.
Vraag ook wat het doel van de les is. Waarom heeft de school voor deze aanpak gekozen? En kan hetzelfde doel met een andere opdracht worden bereikt?
Bespreek daarna rustig uw zorg. Gebruik daarvoor de voorbeeldbrief.